Skip to content
spirometrie
EntityQ653305· pop 31· linked from 260 articles

spirometrie

Sign in to save

thumb|right|Doing spirometry Spirometry (meaning the measuring of breath) is the most common of the pulmonary function tests (PFTs). It measures lung function, specifically the amount (volume) and/or speed (flow) of air that can be inhaled and exhaled. Spirometry is helpful in assessing breathing patterns that identify conditions such as asthma, pulmonary fibrosis, cystic fibrosis, and COPD. It is also helpful as part of a system of health surveillance, in which breathing patterns are measured over time.

Key facts

Diagnostic.Caption
Flow-Volume loop showing successful FVC maneuver. Positive values represent expiration, negative values represent inspiration. At the start of the test both flow and volume are equal to zero (representing the volume in the spirometer rather than the lung). The trace moves clockwise for expiration followed by inspiration. After the starting point the curve rapidly mounts to a peak (the peak expiratory flow). (Note the FEV1 value is arbitrary in this graph and just shown for illustrative purposes; these values must be calculated as part of the procedure).
Diagnostic.MeshID
D013147
Diagnostic.Name
Spirometry
Diagnostic.Image
Flow-volume-loop.svg

via Wikipedia infobox

Research

39,017 papers

via PubMed

Wikidata facts

Image
Flow-volume-loop.svg
Show 2 more facts
Commons category
Spirometry
described by source
Armenian Soviet Encyclopedia
Sources (4)

via Wikidata · CC0

Article · Nederlands

Spirometrie is een medisch onderzoek waarin de functie van de longen wordt gemeten. Voor het uitvoeren van een spirometrie wordt gebruikgemaakt van een spirometer. Spirometrie kan vaak bij de huisarts worden uitgevoerd en is in de meeste ziekenhuizen onderdeel van het uitgebreide longfunctieonderzoek. Er bestaan verschillende spirometrietesten. De meest gebruikte is de geforceerde vitale capaciteit (FVC, forced vital capacity). Bij deze test zit de patiënt rechtop, ademt hij volledig in en blaast hij alle lucht zonder hapering of onderbreking zo snel en krachtig mogelijk uit in de spirometer. Het is een zeer belangrijke test voor het opsporen van ademhalingsziekten zoals astma en COPD. De belangrijkste parameters van een spirometrie zijn de FEV1, de FEF25-75 en de PEF. De FEV1 staat voor forced expiratory volume in 1 second en betreft het uitgeblazen volume tijdens de eerste seconde van de test. De FEF25-75 staat voor forced expiratory flow en betreft de gemiddelde luchtstroom tussen 25 en 75% van de geforceerde uitademing. De PEF ofwel peak expiratory flow ten slotte betreft de maximale luchtstroomsnelheid tijdens de test. Wanneer de FEV1 wordt gedeeld door de vitale capaciteit (gemeten tijdens een aparte, niet geforceerde, meting) krijgt men de Tiffeneau-index. De normale waarde voor deze index is ongeveer 0,75. Onder 0,70 is er sprake van een obstructieve longfunctie. Indien bij de bepaling van de Tiffeneau-index geen gebruik gemaakt wordt van een apart gemeten vitale capaciteit, maar van de geforceerde vitale capaciteit, zal de index hoger uitvallen aangezien bij de geforceerde metingen de vitale capaciteit lager wordt door het collaberen van luchtwegen. De mate van obstructie wordt dan onderschat.

Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA

Gallery (14)