Skip to content
EntityQ1897867· pop 14· linked from 45 articles

Also known as Jan Pieter Veth, Jan Pieter Veth (dr.), Henric van Gooyen, Samuel van Hoogstraten (Sv.H.), J. Staphorst, G.H.C. Stemming, Van Doornik en de Kempenaere

Dutch painter (1864–1925)

Person · Open Library

Works
5

Top works

  • Im schatten alter kunst
  • Albrecht Dürers niederländische Reise
  • Een veronachtzaamd hoofdstuk uit onze beschavingsgeschiedenis de r zeventiende eeuw
  • Rembrandts Leben und Kunst
  • Hollandsche teekenaars van dezen tijd

via Open Library + Wikidata

Music · MusicBrainz

Type
Person

via MusicBrainz · CC0

Described at

Veth, Jan Pieter (Jan) – Vereniging Vrienden Nieuwe Kunst 1900

vvnk.nl

Veth, die afkomstig was uit een gegoed, kunstlievend milieu, kreeg zijn opleiding aan de Rijksakademie te Amsterdam (1880-1885). Hier raakte hij bevriend met medestudenten als Antoon Derkinderen , Jan Toorop , Maurits van der Valk en Willem Witsen , die hem in contact brachten met een aantal jonge literatoren, onder wie Willem Kloos, Albert Verwey en Frederik van Eeden. Toen in 1885 door hen De Nieuwe Gids werd opgericht – het tijdschrift dat de spreekbuis van de Tachtigers zou worden – was Veth van de partij; samen met Witsen en Van der Valk ging hij de beeldende-kunstrubriek verzorgen. Met zijn eigen beeldende werk trad hij ondertussen ook naar buiten, vooral met portretten, zowel geschilderde als getekende. Veel succes had hij met een groot portret van Verwey, dat in 1885 te zien was bij Arti et Amicitiae (waarvan hij in 1882 lid was geworden) en dat hem meerdere portretopdrachten opleverde. Toch wist hij nog niet of hij in deze richting verder wilde gaan en hij trok er geregeld op uit om buiten landschappen te schilderen. Tevens ging hij zich nu toeleggen op het etsen; samen met Derkinderen en Witsen en nog diverse andere vrienden en collega’s richtte hij in 1885 de ‘Nederlandsche Etsclub’ op, waarvan hij secretaris werd. Doel was om gezamenlijk grafisch werk te exposeren en in mappen ter verkoop aan te bieden. Nadat hij in 1888 naar Bussum was verhuisd begon hij ook te lithograferen. Van groot belang voor zijn verdere loopbaan was het verzoek van de hoofdredacteur van het weekblad De Amsterdammer , waarvoor hij al enige tijd af en toe recensies schreef, om vanaf 1891 regelmatig portretlitho’s van bekende personen te vervaardigen om als bijlage bij het blad te verspreiden. Hij zou tot 1896, toen hij onenigheid met de redactie kreeg, aan het tijdschrift meewerken en in totaal 32 portretten leveren van vele vooraanstaande figuren uit de politiek, de wetenschap en de cultuur. Vervolgens begon hij aan een nieuwe serie in De Kroniek , waarvoor hij tot 1905 nog eens 17 portretten lithografeerde. Dankzij dit werk was zijn faam als portrettist onomstotelijk gevestigd en kwamen in groten getale de opdrachten binnen voor portretten in olieverf. Samen met Pieter de Josselin de Jong , H.J. Haverman en Thérèse Schwartze (1851-1918) was Veth rond 1900 dè portret-specialist in Nederland, waarbij hij en Schwartze hun cliëntèle hoofdzakelijk in en om Amsterdam hadden, terwijl De Josselin de Jong en Haverman vooral in Den Haag werkzaam waren. Ondertussen was Veth ook steeds actief gebleven als schrijver over kunst. Zo verdedigde hij in 1892 in een brochure de wandschilderingen van zijn vriend Derkinderen tegen behoudende kritiek – waarbij hij en passant de term ‘Gemeenschapskunst’ uitvond – en vertaalde hij in 1893 het invloedrijke boek Claims of Decorative Art van Walter Crane (dat onder de titel Kunst en Samenleving uitkwam in een zeer opvallend grafische vormgeving van de hand van G.W. Dijsselhof ). Van een recensent van eigentijdse kunst ontwikkelde hij zich echter langzamerhand tot een kunsthistoricus die zich in het bijzonder interesseerde voor de Nederlandse schilderkunst uit de 17de eeuw. Vooral als kenner van het werk van Rembrandt kreeg hij veel gezag, hetgeen in 1906 resulteerde in een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam, ter gelegenheid van de viering van Rembrandts 300ste geboortedag. Later kreeg hij nog zitting in diverse commissies op het terrein van monumentenzorg en museumwezen. In 1918 werd hij tenslotte tot buitengewoon hoogleraar aan de Rijksakademie benoemd. Nadat hij in 1924 weer naar Amsterdam was verhuisd, om dichter bij zijn werk te wonen, overleed hij het jaar daarop onverwachts na een ziekte van enkele weken, op nog maar 60-jarige leeftijd. Dit artikel (van de hand van Jan Jaap Heij) is met toestemming van de rechthebbenden (Drents Museum en uitgever WBOOKS BV ) ontleend aan het boek 'Vernieuwing & Bezinning' dat niet meer zal worden herdrukt.

Excerpt from a page describing this subject · 5,147 chars · not written by Vinony

Wikidata facts

Instance of
human
Given name
Jan
Gender
male
Place of birth
Dordrecht
Place of death
Amsterdam
Occupation
lithographer
Languages spoken
Dutch
Native language
Dutch
Image
Jan Pieter Veth.jpg
Work location
Veluwe
Show 10 more facts
Commons category
Jan Veth
date of birth
1864-01-01
date of death
1925-01-01
Commons Creator page
Jan Veth
Commons gallery
Jan Veth
start of work period
1897-01-01
end of work period
1925-01-01
Sources (5)

via Wikidata · CC0