Skip to content
genetische code

File:RNA-codon.svg · Wikimedia Commons · See Wikimedia Commons

EntityQ180618· pop 70· linked from 896 articles

genetische code

Sign in to save

Also known as canonical genetic code, genetic code, RNA codon table, genetic information

rules by which information encoded within genetic material is translated into proteins

AI overview

The standard genetic code is the set of rules that cells use to read the instructions in DNA and convert them into proteins, which do virtually all the work in living organisms. Understanding this code matters because it reveals how genetic information actually gets turned into the structures and functions that make life possible.

AI-generated from the Wikipedia summary — may contain errors.

In the Vinony graph

Within Vinony's link graph, genetische code is referenced by 896 other articles, and connects out to nucleotide, protein and enzyme.

Vinony files it under Gene expression, Genetics and Molecular biology.

Its subject is documented across 66 Wikipedia language editions.

Wikidata facts

Instance of
scientific law
Has part
codon
Image
GeneticCode21-version-2.svg
Show 7 more facts
topic's main category
Category:Genetic code
used by
genome
has host
genome
Commons category
Genetic code
P13411
laziness
Sources (3)

via Wikidata · CC0

Article · Nederlands

De genetische code beschrijft hoe mRNA wordt gelezen om een eiwit te vormen. Deze code is universeel geldig bij alle bekende organismen. Een mRNA-streng bestaat uit een opeenvolging van basen. Er zijn vier verschillende basen: Adenine (A), Guanine (G), Uracil (U) en Cytosine (C). Drie opeenvolgende basen vormen een codon of triplet. Een ribosoom kan de streng lezen en vertaalt elk codon in een aminozuur. Het aantal verschillende codons bedraagt 43, dus 64, ruim voldoende voor de twintig verschillende aminozuren. Het proces waarbij de code van mRNA wordt vertaald naar een streng aminozuren, een zogenoemde polypeptide, noemen we translatie. De katalysator bij dit proces is het ribosoom. In het ribosoom worden tRNA's gebruikt om van de code op het mRNA een streng aminozuren te maken. Voor de 64 verschillende codons zijn minder tRNA-moleculen nodig. Er zijn 3 stopcodons, waarvoor geen tRNA is. Verder zijn er tRNA's die op meerdere codons passen. Hierdoor zijn in een cel minimaal 31 en maximaal 61 verschillende tRNA's nodig. De tRNA's spelen een hoofdrol bij het omzetten van de genetische code. Dat gaat zo: als er in het mRNA een bepaald codon voorkomt, bijvoorbeeld ACU, is er een tRNA-molecuul met een anticodon aan een uiteinde dat precies past op het codon in het mRNA. Aan het andere uiteinde van dat tRNA-molecuul zit een specifiek aminozuur gekoppeld. In dit voorbeeld is dat het aminozuur threonine. Dit aminozuur wordt nu aan de aminozuurketen toegevoegd en losgekoppeld van het tRNA. Het ribosoom katalyseert zowel het bij elkaar brengen van het mRNA en het tRNA als het aankoppelen van de aminozuren en loskoppelen van het aminozuur en het tRNA. De 64 codons coderen voor 20 verschillende aminozuren. Sommige aminozuren worden dan ook door meer dan één codon aangeduid. Er is een codon dat aangeeft waar het polypeptide moet starten (het zogenoemde startcodon "AUG" ofwel het aminozuur methionine). Elk polypeptide begint dus met methionine, al wordt dit in de meeste eiwitten er later weer afgeknipt. Er zijn drie codons die stop betekenen (UAA, UAG, UGA). Dit zijn stopcodons doordat er geen tRNA's met de bijpassende anticodons zijn. Het aflezen van het mRNA gebeurt maar in een leesrichting. Deze leesrichting wordt bepaald door de nummering van de koolstof van de ribosesuikers. De ruggengraat van het mRNA wordt namelijk gevormd door een afwisseling van ribose (een suiker) en fosfaat. Een nucleotide van mRNA bestaat uit een fosfaat die aan het vijfde koolstofatoom van ribose vastzit en aan de ribose-eenheid zit een stikstofbase gekoppeld. RNA ontstaat als de fosfaatgroep van het ribosenucleotide aan het derde koolstofatoom van een ander ribosenucleotide koppelt. Zo ontstaat een streng die een richting heeft van het vijfde atoom van het eerste nucleotide (de 5'-kant) aan de ene kant naar het derde atoom van het laatste nucleotide (de 3'-kant). Dit is belangrijk omdat er in een moleculaire code anders geen richting is. Zonder het aangeven van de 5'-3'-richting kan een streng nucleotiden op twee manieren worden afgelezen en zo dus twee eiwitten vormen waarvan er maar een zou werken. Alle levende wezens hebben dezelfde genetische basiscode maar er zijn wel variaties. Zo codeert het UGA-codon meestal als stop maar in speciale gevallen ook wel als selenocysteine. Ook andere variaties zijn bekend. Met name in bacteriën zijn er veel kleine afwijkingen van de standaardcode bekend. In onze eigen cellen gebruiken de mitochondriën een eigen variatie waarbij drie codons een andere functie hebben dan in de rest van de cel. Dit is mogelijk doordat mitochondriën eigen DNA en eigen ribosomen hebben. In 2004 werd het aantal baseparen van het menselijk DNA op iets minder dan 3 miljard geschat (<3000 Mbp). Er zijn ongeveer 20.000–25.000 genen.

Abstract from DBpedia / Wikipedia · CC BY-SA

Gallery (7)

Connections

Categories